Zo werkt het mbo
Na je vmbo kun je naar het mbo. Dat is werken en leren tegelijk. Hoe lang je op het mbo zit, is afhankelijk van het niveau mbo-opleiding dat je doet.
Niveau 1
Duurt een half jaar tot een jaar en leidt je op voor werk als ‘assistent’. Je helpt anderen om het werk te doen.
Niveau 2
Duurt twee tot drie jaar en geeft je de basiskennis die je nodig hebt voor je beroep. Je draagt grotere verantwoordelijkheid dan iemand die op niveau 1 is opgeleid. En je moet in een team kunnen werken.
Niveau 3
Duurt twee tot drie jaar en leidt je op tot ‘vakfunctionaris’. Je moet niet alleen zelf je werk kunnen doen, maar ook collega’s begeleiden.
Niveau 4
Heeft twee soorten opleidingen: tot ‘middenkaderfunctionaris’ (drie tot vier jaar) en ‘specialist’ (extra studie van één tot twee jaar). Je bent als middenkaderfunctionaris overal inzetbaar in je beroep. En je hebt de mogelijkheid leiding te geven. Als specialist weet jij alles van je vakgebied, bijvoorbeeld sterkstroominstallaties. Als je een opleiding op niveau 4 gedaan heb, kun je na afloop door naar het hbo. Of je gaat werken, natuurlijk!
BOL of BBL
Op alle mbo-opleidingen leer
en werk je tegelijk. Het leren doe je op school (ROC). Het werken bij een
leerbedrijf. Er zijn twee varianten: de beroepsopleidende leerweg (BOL) en de
beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Doe je BOL? Dan heb je tussen de 20 en 60
procent van je tijd praktijkles (werk). Doe je BBL? Dan heb je minstens 60
procent van je tijd praktijkles in een leerbedrijf.
Terug naar boven

